Terug naar het overzicht
20 sep 2021

Opening onderzoekscentrum VEG-i-TEC

# VEG-i-TEC# groenten# duurzaamheid


Er gaat veel water, energie en voeding verloren tijdens de verwerking van groenten en aardappelen. Te veel. In een tijd waarin we de afvalberg zo klein mogelijk proberen te houden en water schaars goed is, moeten we slimmer omgaan met die verliezen. Onderzoekscentrum VEG-i-TEC herbekijkt daarom het verwerkingsproces van a tot z.


Het is iets om over na te denken de volgende keer dat je in de frituur staat: onze frietjes zijn met uitsterven bedreigd. Dat heeft alles te maken met waterschaarste. Imca Sampers, professor aan de vakgroep Levensmiddelentechnologie, Voedselveiligheid en Gezondheid: “De aardappelvariëteiten die hier het meest worden geteeld, zijn de droge seizoenen niet gewoon. De aardappels worden kleiner terwijl we net een mooie lange friet willen.”

Duurzaam, gezond én lekker

Valt daar iets aan te doen? Onderzoekers werken alleszins aan een oplossing: “Dat gebeurt door te kijken naar andere variëteiten of andere processen van verwerking. Wij onderzoeken bijvoorbeeld hoe we uit een gewas dat niet helemaal beantwoordt aan de vereisten, toch een perfect eindproduct kunnen halen door het proces aan te passen.”

Dat onderzoek gebeurt aan VEG-i-TEC, een splinternieuw onderzoekscentrum van de UGent, gevestigd op haar campus in Kortrijk. “Het is onze missie om de voedingsindustrie duurzaam en circulair te maken. Maar we gaan verder: we kijken ook hoe dat gezond én lekker kan.”

“We nemen daarbij de hele keten onder de loep, van grondstof tot eindproduct, en dat maakt VEG-i-TEC uniek. Vroeger deden we dat niet, en toen bleek de overstap van een gecontroleerde labosetting naar de fabrieksvloer - met tal van onvoorspelbare parameters - te groot om onze oplossingen echt te kunnen gebruiken. Doordat we nu naar elke stap in het proces kijken, maken we de vertaling naar de industrie makkelijker.” Dat bedrijven de nieuwe aanpak lusten is duidelijk: VEG-i-TEC kreeg al meer dan vijftig onderzoeksvragen binnen.

Watermanagement hoog op verlanglijstje

Een van de problematieken waar de komende tijd veel aandacht naar zal gaan in VEG-i-TEC is de toenemende waterschaarste. Want die bedreigt niet enkel de friet, het is een van de grootste uitdagingen van de hele West-Vlaamse en Europese voedingsindustrie. Watermanagement staat dan ook hoog op het verlanglijstje van de sector. Het mag niet verwonderen dat er een hele (afval)waterbehandelingshal is ingericht in het gebouw.

Imca: “Nu zuiveren bedrijven hun afvalwater om het daarna grotendeels te lozen, slechts een deel wordt hergebruikt. Maar als ze de moeite nemen om het water te zuiveren, is het dan niet slimmer om het meteen ook te hergebruiken? De vraag is: hoe kan dat op een veilige manier?”

“Ze willen van ons weten welke parameters, zoals mogelijke ziekteverwekkers, ze moeten opvolgen om de waterkwaliteit te garanderen, hoe ze pesticides uit het afvalwater houden, .... Het voordeel van een eigen onderzoekscentrum is dat we voor onze antwoorden nu ook allerlei worst case scenario’s kunnen uitproberen. Vroeger deden we testen in bedrijven zelf en daar konden we natuurlijk niet zo ver gaan.”

Het is onze missie om de voedingsindustrie duurzaam en circulair te maken. Maar we gaan verder: we kijken ook hoe dat gezond én lekker kan.”
Flanders nosla

Minder afval

Waterschaarste is lang niet het enige waarvoor bedrijven te rade gaan bij VEG-i-TEC. Tijdens de productieprocessen van groenten en aardappelen gaat er niet alleen veel water verloren, ook veel van de groenten zelf wordt niet gebruikt. “Denk maar aan de aardappelsnippers die te klein zijn om er frietjes van te maken. Die zitten boordevol eiwitten. Of de pulp uit de fruitindustrie, waar we kleurstoffen uit kunnen halen. Het zou jammer zijn om daar niets mee te doen”, vertelt Imca.

Creatief omgaan met bijproducten dus. Maar hoe begin je daaraan? “Door extracties uit die bijproducten te halen of door er schimmels of bacteriën op te laten groeien, kunnen we componenten vrijmaken en de bijproducten afbreken. Met deze componenten kunnen we opnieuw aan de slag in diverse toepassingen in de voeding, maar kunnen we ook gebruiken voor cosmetica, in gewasbescherming of in textiel. Zo krijgen die bijproducten toch een belangrijk tweede leven en gaat er minder verloren.”

Minder plastic

Minder voedsel op de afvalberg, maar liefst ook minder plastic. Het is een ander pijnpunt binnen de voedingsindustrie: de verpakkingsmaterialen. Om de berg plastic kleiner te maken, wil de sector meer inzetten op recycleerbare of biogebaseerde materialen met een minder grote milieu-impact. Maar de kwaliteit en veiligheid van onze voeding mogen uiteraard niet in gevaar komen.

Hoe verzoen je die twee? Imca: “We gaan op zoek naar alternatieven voor de klassieke plastics. We zoeken de juiste combinatie van verpakking, levensmiddel en verpakkingstechniek en testen die ook in de praktijk uit. Op die manier zien we wat er kan misgaan in het proces en kunnen we bijsturen waar nodig. Om de kwaliteit te verzekeren, maken we - samen met machinebouwers - zélf verpakkingsmachines die goed te reinigen zijn en focussen op die recycleerbare, biogebaseerde of herbruikbare verpakkingen.”

En dus is de volgende bestelling bij de frituur misschien wel een stukje duurzamer.

VEG-i-TEC is een ‘levend labo’ van de UGent dat zich focust op de groente- en aardappelverwerkende industrie. Het onderzoekscentrum speurt naar innovaties die de sector duurzamer en circulair maken.

Imca Sampers is hoofddocent faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, vakgroep Levensmiddelentechnologie, Voedselveiligheid en Gezondheid. Haar favoriete gerecht in het studentenrestaurant: “Havermoutpap toen ik mijn thesis deed aan het UZ Gent, of de belegde broodjes bij de faculteit Diergeneeskunde tijdens mijn doctoraat.”

Jits
Bericht geschreven door Jitske Neirinck
Jitske.Neirinck@UGent.be
SHARE